Van Johannes Brahms (1833-1897):
Die Tragische Ouverture,
Das Schicksalslied en
Ein deutsches Requiem.
| Uitvoerenden | Bachkoor Nijmegen | |
|
Het Gelders Orkest |
||
| Solisten |
Lenneke Ruiten - sopraan |
|
|
Dirigent |
Rob Vermeulen |
|
| Plaats en aanvang |
22 september 20.00u: Oude Kerk,Grotestraat 58,Ede 23 september 14.30u: Hanzehof, Coehoornsingel 1, Zutphen |
|
Tragische Ouverture (1880)
Brahms schreef twee concertouvertures, de Akademische Fest-Ouverture en de Tragische Ouverture, waarvan hij zei, “Die eine weint, die andere lacht.” Het karakter van beide stukken is dan ook totaal verschillend, hoewel ze in dezelfde tijd ontstonden. De Tragische is vervuld van het noodlotsidee en had de orkestrale proloog kunnen zijn tot een antieke tragedie.
Schicksalslied (1871)
Het Schicksalslied (Lied van de beschikking) is één van Brahms’ wereldlijke cantates en betreft de toonzetting voor gemengd koor en orkest van het gelijknamige gedicht van de Duitse romantische dichter Friedrich Hölderlin (1770-1843). Door de tegenstelling van serene (“hemelse vrede”) en dramatische (“menselijk lijden”) hoogtepunten is het stuk afwisselend en meeslepend.
Ein deutsches Requiem (1868)
Brahms schreef zijn Ein deutsches Requiem, nach Worten der Heiligen Schrift voor solisten, gemengd koor en orkest in de 50er en 60er jaren van de 19e eeuw. Dit stuk, zijn belangrijkste koorwerk, vestigde definitief zijn naam als groot componist. Vooral het overlijden van zijn innige vriend en leidsman Robert Schumann èn enige tijd daarna van zijn geliefde moeder vormden de aanleiding voor het schrijven van het werk, dat hij graag “Requiem voor de Mensheid” noemde. Het is overigens geen gangbaar requiem; de Duitse tekst grijpt namelijk niet terug op de oorspronkelijke Latijnse tekst van het gregoriaanse requiem. Brahms heeft zijn teksten zelf samengesteld op basis van het Oude en Nieuwe Testament.