Print deze pagina

Concert 10 december 2008


10 december 2008

 

Van Johan Sebastian Bach (1685-1750):

Uit het Weihnachtsoratorium (BWV 248):
Cantates 1, 5 en 6

Cantate 191, Gloria in excelsis Deo (BWV 191)

Uitvoerenden Bachkoor Nijmegen

Barok Ensemble "De Swaen"

Solisten

Josie Ryan - sopraan
Lester Lardenoye - Countertenor
Mark Omvlee - tenor
André Morsch - bas

Dirigent

Rob Vermeulen

Plaats en aanvang

De Vereeniging Nijmegen
10 december 2008
20.15u.

 

Cantate Nr. 191 "Gloria in excelsis Deo", BWV 191

Naast de zes cantates die tezamen het Weihnachts-Oratorium vormen, heeft Bach nog ettelijke andere Kerstcantates geschreven. Eén daarvan is de cantate "Gloria in excelsis Deo" (BWV 191), die vanavond ten gehore wordt gebracht. Deze feestelijke cantate was bestemd voor Eerste Kerstdag en dateert uit de periode 1743-1746 en is duidelijk geschreven voor een bijzondere gelegenheid; maar voor welke dat echter was, is niet met zekerheid te zeggen. Een toepasselijke gelegenheid zouden de festiviteiten kunnen zijn, die plaatsvonden op Eerste Kerstdag 1745 in de kerk van de Universiteit van Leipzig bij de ondertekening van het vredesverdrag tussen Saksen en Pruisen; Bach moest daarvoor, als componist van de vier Leipziger hoofdkerken, de muziek leveren. De passage "et in terra pax " krijgt in deze context dus wel een heel concrete betekenis.

Voor deze cantate heeft Bach gebruik gemaakt van drie delen uit zijn tot dan toe onvoltooide Mis in b uit 1733, te weten Gloria, Domine Deus en Cum Sancto Spiritu, die hij slechts licht bewerkte. Het eerste en derde deel van de cantate, resp. "Gloria in excelsis Deo" en "Sicut erat in principio", zijn geschreven voor vijfstemmig gemengd koor en volledig orkest, inclusief trompetten en pauken. Het tweede deel, een duet voor sopraan en tenor met begeleiding van fluiten, strijkorkest en basso continuo, vormt duidelijk een tegenwicht met de hoekdelen.

 

 

Weihnachts-Oratorium, BWV 248 (daaruit de cantates 1, 5 en 6)

Het Weihnachtsoratorium dateert uit 1734. Het bestaat uit zes afzonderlijke cantates, bestemd voor de liturgie op de Eerste, Tweede en Derde Kerstdag, Nieuwjaarsdag, de zondag na Nieuwjaar en het feest van Epifanie (Driekoningen). Negentien stukken uit het Weihnachts-Oratorium had Bach al eerder gecomponeerd voor profane doeleinden, hoofdzakelijk voor huldigingscantates. Hij 'parodieert' die stukken door ze in het Weihnachts-Oratorium aan andere teksten te koppelen. Zelfs de woordschilderingen konden zonder bezwaar 'omgezet' worden. Wanneer in een der aria's uit de Herculescantate van slangen sprake is, gebruikt Bach een beweeglijke, kronkelende basfiguur, welke illustrerende figuur in het Weihnachts-Oratorium ten dienste wordt gesteld aan het oproepen van een voorstelling van snellen in de aria waarin sprake is van het tegemoet snellen van de bruidegom" (bijv. in de Cantates 1en 4).

Zoals bij Bachs Passies zijn de teksten van het Weihnachts-Oratorium gedeeltelijk ontleend aan het Nieuwe Testament. Voor de rest (aria's, koralen enz.) gaat het om vrije teksten, waarvan er drie zijn ontleend aan Luther. De andere vrije teksten zijn vermoedelijk van de hand van Bachs favoriete tekstdichter Picander. In elk geval ademen zij een vroeg-piëtistische geest, waarbij de typische opbouw hoort van lezing, overweging, gebed.

Bach heeft dit oratorium zelf nooit als één geheel uitgevoerd: de cantates waren immers bestemd voor zes afzonderlijke liturgische dagen. De uitvoering van de cantates als één geheel vond voor het eerst plaats in 1844 in Breslau, met Johann Theodor Mosewius als dirigent. Daarmee begon de traditie van de concertante uitvoering. Het werd sindsdien gebruikelijk dit oratorium in twee delen, op afzonderlijke dagen, uit te voeren (bijv. deel 1: cantate 1-3 en deel 2: cantate 4-6). In samenhang met dergelijke keuzes merkt Albert Schweitzer op dat het beter is "rijkelijk te schrappen dan het werk overhaast uit te voeren, waarbij de vermoeide luisteraar de schoonheid van het tweede deel niet meer kan bevatten." En hij vindt dat bij eenvoudige uitvoeringen rustig alle aria's kunnen worden weggelaten, zonder dat het geheel een torso zou worden. Dat stelde hij niet voor omdat hij de aria's niet zou waarderen, maar omdat hij vond dat ook kleinere koren, die zich geen solisten konden permitteren, het werk zouden moeten kunnen uitvoeren.

 

Barokensemble De Swaen

Het Barokensemble De Swaen, een barokorkest dat musiceert op authentieke instrumenten, werd in 2001 opgericht door een groep professionele musici die ruime ervaring hadden opgedaan in- en onderzoek hadden verricht naar- de historische uitvoeringspraktijk. Zij wilden via dit initiatief gezamenlijk een stap verder zetten. De Swaen streeft naar een zo hoog mogelijke mate van authenticiteit, door in de keuze van de instrumenten en van de speelwijze zoveel mogelijk de oorspronkelijke praktijk te benaderen en daarbij geen of zo weinig mogelijk compromissen te sluiten. Dit alles ten dienste van een wijze van musiceren waarbij expressie, karakter en ziel voorop staan.