Print deze pagina

Voorjaarsconcert 2006


16 februari 2006

 

Johannes Brahms, Schicksalslied

Giuseppe Verdi, Quattro pezzi sacri, delen 2 en 4

Francis Poulenc, Litanies à la Vierge Noire en Gloria

 

Uitvoerenden Bachkoor Nijmegen
  Het Gelders Orkest
Soliste Lenneke Ruiten - sopraan
Dirigent Rob Vermeulen
Plaats Concertgebouw De Vereeniging te Nijmegen
   
 

 

De Duitse componist Johannes Brahms (1833-1897) schreef zijn Schicksalslied (Lied van het lot) voor koor en orkest in 1868. Het stuk, getoonzet voor gemengd koor en orkest, is geïnspireerd op een tekst van de dichter Friedrich Hölderlin (1770-1843).
In het stuk zijn drie delen te onderscheiden.
Het eerste deel schildert in harmonieuze klanken  een bovenaardse, goddelijke wereld van eeuwige vrede en harmonie.
Het tweede deel duidt het, daarmee geheel contrasterende, mensenbestaan en de onzekerheid, de angst en het leiden die daarvan deel uitmaken.
In het derde deel, een orkestrale epiloog, laat Brahms – zich losmakend van het gedicht - de sfeer van het eerste deel terugkomen en bewerkt daarmee een vredige afsluiting van het stuk.

Giuseppe Verdi (1813–1901) schiep met zijn Requiem een van de meest geliefde dodenmissen in de muziekliteratuur. Vanavond klinkt een ander religieus meesterwerk van zijn hand. Op hoge leeftijd, in 1896, schreef de componist zijn Quattro pezzi sacri (Vier gewijde stukken) voor gemengd koor en orkest, die een indringend slotakkoord van zijn oeuvre vormen. Er ontvouwen zich vele contrasten in de achtereenvolgende delen: het etherische, a capella gezongen, Ave Maria met zijn geraffineerde chromatische tonenreeksen; het bewogen-expressieve Stabat Mater met zijn voortdurende stemmingswisselingen; het tedere Laudi Alla Vergine Maria (een loflied aan de maagd Maria op tekst van de 13-eeuwse dichter Dante), gezongen door de vrouwenstemmen; en ten slotte de majestueuze lofprijzing aan God in het Te Deum, dat mede geïnspireerd is op de Gregoriaanse traditie.

De Fransman Francis Poulenc (1899-1963) was een zeer oorspronkelijk componist. In zijn werk toont hij soms twee gezichten: een frivool-ondeugend en een ernstig-religieus.

Hij schreef zijn Litanies à la vierge noire (Litanieën voor de zwarte maagd) in 1936 na een bezoek aan de bedevaartplaats Rocamadour, in een periode dat hij zich (weer) toewendde tot het katholieke geloof. Door het verongelukken van een goede vriend drong zich het besef aan hem op dat het menselijk leven kort en fragiel is. Deze gedachte was een van de inspiratiebronnen voor de geestelijke koorwerken die Poulenc vanaf de genoemde periode ging schrijven, nadat hij zich eerder als componist op wereldlijk terrein had bewogen. Het stuk wordt uitgevoerd in een zetting voor vrouwenkoor, strijkorkest en pauken. Ook in dit stuk komt de geheel eigen stijl van Poulenc naar voren met zijn originele en verrassende harmonieën.

Het Gloria (een lofprijzing aan God en zijn Zoon op Latijnse tekst) voor sopraan, koor en orkest, gecomponeerd in 1959, is een uiting van zijn religieuze kant. Het werk bestaat uit zes deeltjes, waarin plechtige en energieke elementen elkaar afwisselen en waarin ook speelse en lichtvoetige accenten niet ontbreken. De heldere instrumentatie draagt bij aan de opvallende doorzichtigheid die de klank in het gehele werk kenmerkt.